Ventilatorkop oriënteren (zie afbeelding C)
De ventilatorkop kan max. 30° naar voren en max. 150° naar achter worden gekanteld.
Binnen het zwenkbereik zijn er 13 vergrendelingsposities van de ventilatorkop voor een precieze oriëntatie van de luchtstroom.
- Om de ventilator te oriënteren, pakt u de ventilator aan de draaggreep (1) vast en kantelt u de ventilatorkop (2) naar voren of achter.