Technische gegevens

Digitale laserafstandsmeter

GLM 50 C

Productnummer

‎3 601 K72 C..‎

MeetbereikA)

0,05−50 m

Meetbereik (ongunstige omstandigheden)B)

20 m

MeetnauwkeurigheidA)

±1,5 mm

Meetnauwkeurigheid (ongunstige omstandigheden)B)

±3,0 mm

Algemeen

GebruikstemperatuurC)

−10 °C … +45 °C

Opslag‌temperatuur

–20 °C … +70 °C

Relatieve luchtvochtigheid max.

90%

Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte

2000 m

Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1

2D)

Laserklasse

2

Lasertype

635 nm, < 1 mW

Divergentie van laserstraal

< 1,5 mrad (volledige hoek)

Automatische uitschakeling na ca.

  • Laser

20 s

  • Meetgereedschap (zonder meting)E)

5 min

Batterijen

2 × 1,5 V LR03 (AAA)

Kleinste aanduidingseenheid

0,5 mm

Indirecte afstandsmeting en libel

Meetbereik

0°−360° (4 × 90°)

Hellingmeting

Meetbereik

0°−360° (4 × 90°)

MeetnauwkeurigheidF)G)

±0,2°

Kleinste aanduidingseenheid

0,1°

Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014

0,10 kg

BeschermklasseH)

IP 54 (stof- en spatwaterbescherming)

Afmetingen

106 × 45 × 24 mm

Instelling maateenheid

m, ft, in

Gegevensoverdracht

Bluetooth®

Bluetooth® 4.0
(Classic en Low Energy)I)

Gebruiksfrequentiebereik

2402–2480 MHz

Max. zendvermogen

2,5 mW

A)

Bij meting vanaf voorkant van het meetgereedschap, geldt voor een hoog reflectievermogen van het doel (bijv. een wit geverfde muur), zwakke achtergrondverlichting en een gebruikstemperatuur van 25 °C. Daarnaast moet met een afwijking van  ±0,05 mm/m gerekend worden.

B)

Bij meting vanaf achterkant van het meetgereedschap, geldt voor laag reflectievermogen van het doel (bijv. een donker geverfde muur), sterke achtergrondverlichting en een gebruikstemperatuur van –10 °C tot +45 °C. Daarnaast moet met een afwijking van  ±0,15 mm/m gerekend worden.

C)

In de functie permanente meting bedraagt de max. gebruikstemperatuur +40 °C.

D)

Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing.

E)

Bluetooth® gedeactiveerd

F)

Bij een gebruikstemperatuur van 25 °C

G)

Na de kalibrering door de gebruiker bij 0° en 90°; er moet rekening worden gehouden met een extra hellingfout van ±0,01°/graad tot 45° (max.). Als referentievlak voor de hellingmeting dient de linkerkant van het meetgereedschap.

H)

Uitgezonderd batterijvak

I)

Bij Bluetooth® Low-Energy-toestellen kan afhankelijk van model en besturingssysteem het opbouwen van een verbinding niet mogelijk zijn. Bluetooth® toestellen moeten het GATT-profiel ondersteunen.

Het serienummer (11) op het typeplaatje dient voor een duidelijke identificatie van uw meetgereedschap.